Het aantal sportieve wielrenners en mountainbikers in Nederland groeit nog steeds. Deze sporten zijn namelijk een erg goede manier om je weer fit te trainen, te ontspannen, of je conditie op peil te houden. Het zijn ook gemakkelijke sporten; je hebt een fiets nodig, een bestemming of route en je kunt vertrekken. Toch is het goed dat wielrenners die gebruik maken van de openbare weg rekening houden met situaties die hen net even iets kwetsbaarder maken dan andere weggebruikers.
De snelheid van wielrenners wordt door andere verkeersdeelnemers vaak niet goed ingeschat. Een normale fietser fietst ongeveer 15 kilometer per uur. Wielrenners halen vaak het dubbele hiervan of meer. Dit levert nare en soms erg gevaarlijke situaties op. Om een trainingsrondje veilig te laten verlopen heeft de KNWU de belangrijkste tips voor je op een rijtje gezet:
1. Draag altijd een helm. Als er wat gebeurt is je hoofd het kwetsbaarste deel van je lichaam.
2. Houd je aan de verkeersregels. Je rijdt pas een wedstrijd als je rijdt op een afgesloten parcours met start en finish, onder leiding van juryleden. De drukte in het verkeer in Nederland laat het niet toe om een 'koers' te rijden tussen alle andere weggebruikers. Hetzelfde geldt voor het rijden in een waaier, ga hierbij nooit over je eigen weghelft. Natuurlijk kun je in een groep wel eens een sprintje trekken, maar schat goed in of dit niet leidt tot gevaarlijke situaties of ergernis van andere weggebruikers. Een goede tip is ook de bel op je fiets. Je kunt medeweggebruikers hiermee waarschuwen
3. Pas je rijgedrag aan op de situaties. Rij bijvoorbeeld geen 40 kilometer per uur in de buurt van een school die net uit is. Zoek daarom een rondje uit dat verkeersluw is en dat je kent.
4. Draag handschoenen. Over het algemeen vang je jezelf tijdens een val op met je handen. Handschoenen voorkomen dat je door een val je handen erg beschadigt.
5. Let bij het rijden in een groep erop dat er ook nog iemand 'in je wiel' zit. Pas daarom op met slingeren en plotseling remmen. Een goede tip is dat als je achterom moet kijken, je degene die naast je fietst met je arm op dezelfde afstand houdt. Zo blijf je in je eigen baan. Daarnaast zijn de voorsten van de groep de 'ogen' van de hele club. Zij moeten situaties communiceren (gat in de weg, oversteekplaats, stoppen). Let er wel op dat je altijd zelf verantwoordelijk bent voor de situaties in het verkeer. Blijf dus ook zelf alert!

